| RUSNET.NL De Nederlands informatief & consulting center | Print versie. Published on site Rusnet.NL 28 augustus 2003 Originalul: http://www.rusnet.nl/nl/encyclo/k/kazah_rel_rus.shtml |
| A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | R | S | T | U | V | W | Y | Z |
Tekst: De Russische betrokkenheid bij Kazachstan dateert van het begin van de achttiende eeuw, toen Russische kolonisten zuidwaarts trokken op de vleugels van de expansiepolitiek van de Romanov-dynastie. De Centraal-Aziatische landen waren voor de Russische tsaren vooral belangrijk als militair tegenwicht tegen de toenemende Britse invloed in Afghanistan.
Pas na de communistische machtsovername begon een actieve Russische bemoeienis met de economie van Kazachstan. In eerste instantie beperkte die zich tot pogingen om in 1929 een collectieve veeteelt in te voeren. De nomadische Kazachen weigerden hun vee hiervoor beschikbaar te stellen en slachtten in plaats daarvan 80 procent van hun veestapel. De effecten van de daaropvolgende voedseltekorten en hongersnood waren desastreus: bij de volkstelling van 1926 werden bijna vier miljoen Kazachen geteld; in 1939 waren dat er nog maar drie miljoen.
Nadat Kazachstan in 1936 was toegetreden tot de Sovjet-Unie, werd begonnen met een snelle industrialisering. Die ging gepaard met een geforceerde immigratie, niet alleen van Russen (die de industriele projecten moesten gaan leiden), maar ook van veel andere bevolkingsgroepen uit de Unie.
Dit leverde Kazachstan uiteindelijk een zeer gemengde bevolking op met grote minderheden van Tsjetsjenen, Wolga-Duitsers, Oekrainers en Krim-Tartaren. De benaming Kazachstani is van toepassing op alle inwoners van het huidige Kazachstan, terwijl de term Kazachen uitsluitend betrekking heeft op de oorspronkelijke etnische bevolking.
De industrialisering van Kazachstan kreeg vooral gestalte onder het bewind van Stalin. Naast veel zware industrie, gebaseerd op de rijke bodemschatten van Kazachstan, werd er ook een enorme productiecapaciteit gerealiseerd voor de vervaardiging van licht-industriele goederen.
De landbouw kreeg in 1953 een impuls toen ook in Kazachstan het programma 'tot ontginning van de maagdelijke steppegebieden', dat voor de gehele Sovjet-Unie gold, van start ging. Uiteindelijk zou blijken dat niet minder dan 60 procent van het totale oppervlak aan nieuw ontgonnen Sovjet-landbouwgronden in Kazachstan was gerealiseerd. Sinds die tijd is Kazachstan dan ook een belangrijke leverancier van landbouwgewassen geworden.
Op 16 december 1991 riep de Opperste Kenges als laatste Sovjet-republiek de Kazachstaanse onafhankelijkheid uit. Vijf dagen later trad Kazachstan toe tot het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS). Dit vormde het begin van een economisch hervormingsproces dat uiteindelijk moet leiden tot een marktgerichte economie.
De kern van dit proces is de privatisering van de talloze staatsbedrijven en -instellingen, waarmee de Kazachstaanse regering in 1991 overhaast is begonnen. Men vergat daarbij wel dat het niet alleen draait om privatisering, maar dat stabilisering en herstructurering minstens zo belangrijk zijn. Eind 1993 erkenden Nazarbajev's adviseurs dat de eerste fase van privatisering was mislukt, waarna met het IMF overeenstemming werd bereikt over een stabiliseringsprogramma.
De economie van Kazachstan is gebaseerd op de productie van agrarische en minerale grondstoffen, die voorheen op grote schaal naar Rusland werden geexporteerd. Het land bezit enorme reserves aan olie, steenkool en aardgas, welke laatste voor een belangrijk deel nog niet in kaart zijn gebracht.
Kazachstan is een van de grootste aanbieders ter wereld van koper, chroom, ijzer, magnesium, lood, zink, zilver en uranium. Daarnaast beschikt het land over behoorlijke hoeveelheden goud, molybdeen, titaan, vanadium, wolfraam, beryllium en mangaan. De belangrijke agrarische sector is geconcentreerd rond de teelt van graan en de veehouderij.
Kazachstan is de enige voormalige Sovjet-republiek met een te exporteren surplus aan graan. Geografisch gezien is de Kazachstaanse economie verdeeld over twee regio's: het noorden met zware industrie en grootschalige (voorheen collectieve) agrarische ondernemingen, en het zuiden, dat uitsluitend agrarisch is, met de nadruk op de productie van katoen.
Datum: 30.11.1997
Bron: EVD-informatie