|
 Sjevardnadzes winst bij presidentsverkiezingen Georgie zeker
TBILISI - Het Georgische staatshoofd Edoeard Sjevardnadze heeft de presidentsverkiezingen in zijn land met overtuigende meerderheid gewonnen. Na telling van 81 procent van de stemmen, heeft Sjevardnadze ruim 82 procent van de stemmen vergaard. Dat is heel wat meer dan de prognose kort na sluiting van de stembureaus, toen een percentage van 50 tot 60 werd genoemd. Sjevardnadzes belangrijkste tegenstander Patiasjvili zou op 17 procent uitkomen.
Dzjoember Patiasjvili erkende al snel na de sluiting van de stembureaus zijn nederlaag. Hij deed dat op basis van de eerste voorspellingen. Toen leek het er nog op dat hij ongeveer 24 procent van de stemmen zou krijgen. Patiasjvili heeft al geklaagd over stemmenvervalsing. "De kiescommissie werkt zoals de leiding van het land wil."
De opkomst bij de presidentsverkiezing was in elk geval hoog genoeg om de geldigheid van de stembusgang te verzekeren. Twee uur voor de sluiting van de stemlokalen was volgens de kiescommissie 64,7 procent van de kiezers komen stemmen. Uiteindelijk zou ongeveer 70 procent van de kiesgerechtigde Georgiërs zijn stem hebben uitgebracht. De tegenstanders van Sjevardnadze hadden nog gehoopt dat de opkomst onder de 50 procent zou liggen, waardoor een tweede ronde nodig zou zijn. Maar de politieke apathie van de bevolking viel mee, en de hoop bleek ijdel.
De 72-jarige voormalige minister van Buitenlandse Zaken van de Sovjetunie moest het opnemen tegen zes kandidaten. Zijn twee voornaamste tegenstanders waren de samenwerkende Aslan Abasjidze en Dzjoember Patiasjvili, die naar voren waren geschoven door de coalitie Vernieuwing. Abasjidze trok zich zaterdag terug. In totaal mochten 3,2 miljoen mensen hun stem uitbrengen. De opkomst leek aanvankelijk laag te blijven; volgens de kiescommissie van de GOS-republiek had rond het middaguur slechts 12 procent zijn stem uitgebracht. Ongeveer driehonderd internationale waarnemers zien er op toe dat de verkiezing eerlijk verloopt. Enkele waarnemers berichtten voor het begin van de stemming van enige onregelmatigheden, ondermeer van te voren gevulde stembussen, en voorgedrukte formulieren.
Politiek veteraan droomt van voorzichtig herstel Georgie
TBILISI - Edoeard Sjevardnadze, zijn leven lang al politiek actief, krijgt er nog vijf jaar bij. De 72-jarige Georgiër heeft zondag, volgens de peilingen, de presidentsverkiezing in zijn land gemakkelijk gewonnen. De veranderingen die Sjevardnadze in zijn loopbaan heeft meegemaakt en gedeeltelijk heeft begeleid zijn niet gering. Hij maakte snel carrière in het Georgische partijapparaat. Van 1972 tot 1995 was hij secretaris-generaal. Internationaal brak hij door als minister van Buitenlandse Zaken van de Sovjetunie onder Gorbatsjov. Hij was een van de belangrijkste architecten van de ontwapeningsakkoorden die toen tot stand kwamen.
De belangrijkste test van zijn politieke vakmanschap kwam eigenlijk daarna. Nadat hij in 1990 zijn post in Moskou had verlaten, ging hij terug naar zijn vaderland. Georgië werd na het uiteenvallen van de Sovjetunie zelfstandig en veranderde binnen enkele jaren van een relatief welvarende Sovjetrepubliek in een kapotgeschoten hel, verscheurd door burgeroorlog en afscheidingsbewegingen. De economie kromp tussen 1988 en 1994 met bijna 90 procent. Een scherper contrast met de jaren daarvoor was bijna niet denkbaar.
Sjevardnadze werd in 1992 hoofd van de regerende Staatsraad, in 1995 werd hij gekozen tot president. Zoals iedere Georgiër droomt hij ervan zijn land weer in 'oude' luister te herstellen. Tijdens zijn verkiezingcampagne zei hij: "Wij hebben het onmogelijke volbracht. Wij hebben Georgië gered." In zekere zin is dat waar. De regio Abchazië is na de roemloze aftocht van het leger in 1993 nog steeds autonoom en ook in zuid-Ossetië waart het spook van het separatisme nog steeds rond, maar een verder uiteenvallen van het land is voorkomen. De gewelddadige aanhangers van ex-president Gamsachurdia (1991-1992) zijn min of meer bedwongen en in de hoofdstad Tbilisi wordt niet meer geschoten. Daarnaast groeit de economie al enkele jaren met enige procenten.
Maar van echte vooruitgang hebben de Georgiërs nog niets gemerkt. Van de bevolking leeft 70 procent op of onder de armoedegrens en het land geldt nog steeds als een van de meest corrupte van alle Oost-Europese staten. De mensen die op hem hebben gestemd zien Shevardnadze als een factor van stabiliteit. Met zijn internationale contacten en de goodwill die hij tijdens zijn Sovjettijd heeft opgebouwd, moet hij, zo hopen zij, het herstel van Georgië vorm geven. Een echt alternatief was er niet, zeggen veel Georgiërs. De politicus met de karakteristieke grijze haardos zegt zich nu te willen concentreren op de bestrijding van de armoede. Hoe hij dat wil doen is nog onduidelijk.
Aan durf heeft het Sjevardnadze, die getrouwd is en twee kinderen heeft, nooit echt ontbroken. Tijdens de burgeroorlog waagde hij zich keer op keer op het strijdtoneel. Hij ontsnapte daar meerdere keren op het nippertje aan de dood. Ook in de hoofdstad is hij zijn leven onzeker. Twee keer raakte hij gewond door een aanslag. Of hij ook de daadkracht heeft en de middelen zal vinden om zijn land er weer bovenop te krijgen, is onzeker.
Tsjetsjeense 'geesten' kwellen Russen
Uit de Volkskrant van 10 april 2000
In de schemering hurken tien Tsjetsjenen in een kring op het stoffige binnenhof van een onopvallend huis in een dorpje in Ingoesjetië. De ijzeren poort en de hoge muur onttrekken hen aan de nieuwsgierige blikken van voorbijgangers. Zodra het helemaal donker is, zullen de mannen hun wapens ophalen, even verderop de grens met Tsjetsjenië over sluipen, en doorgaan met hun strijd tegen de Russen.
'We gunnen ze geen rust, we zullen de ene hinderlaag na de andere leggen, en de ene aanval na de andere uitvoeren', zegt de goedlachse Roeslan vol bravoure. 'Ik had al zes keer dood moeten zijn. Eén keer ontplofte er een bom vier meter van me af, maar ik had niets. Ik ben vast en zeker een slecht mens, anders was ik allang als martelaar naar het paradijs gegaan.'
Uitgeput en uitgemergeld, op de hielen gezeten door de Russische troepen, hadden de strijders een week of drie geleden een goed heenkomen gezocht bij familieleden die eerder naar de buurrepubliek Ingoesjetië waren gevlucht. Nu er een groen waas over de bossen hangt, en de Tsjetsjenen weten dat ze weldra onzichtbaar zijn voor de krokodily - zoals ze de Russische gevechtshelikopters noemen - maken ze zich op om zich bij hun commandant, de bekende krijgsheer Roeslan Gelajev, in de bergen te voegen.
Roeslan en de andere strijders zijn fit, gehard door de oorlogservaring, en kennen het terrein als geen ander. 's Nachts, als de Russen zich hebben teruggetrokken in hun bases en controleposten, kunnen ze zich zonder probleem verplaatsen. Ze vechten alleen met de wapens die ze kunnen dragen: kalasjnikovs, granaatwerpers en anti-tankraketten.
'Heel effectief', zegt Wahid, een stille, potige jongen van 23. 'Om op vierhonderd meter afstand een man te raken, hebben de meeste van onze jongens maar één kogel nodig.'
De Tsjetsjeense strijders zijn uit het grootste deel van de republiek verdreven, maar verslagen zijn ze nog niet. Zo'n twee- tot zesduizend van hen hebben zich verschanst in de ontoegankelijke Kaukasusbergen of houden zich schuil over de grens. Op hun website kavkaz.org hebben de Tsje tsjeense krijgsheren 'de totale partizanenoorlog' afgekondigd. Met succes: het is ze de afgelopen weken al drie keer gelukt een Russisch politiekonvooi in een dodelijke hinderlaag te lokken.
'Geesten', zo noemen de Russische soldaten de strijders die hen ergens vanuit het donker beschieten en verdwijnen zonder een spoor achter te laten. Roeslan, Wahid en de andere strijders hopen dat de Russen, net als in de eerste oorlog, zullen vertrekken als ze begrijpen dat er aan die aanvallen geen einde komt.
Maar deze keer lijken de Russen vastbesloten. 'We hebben de bandietengroepen uit elkaar geslagen, maar niet alle bandieten zijn vernietigd', zei de Russische commandant in Tsjetsjenië, generaal Gennadi Trosjev, onlangs op tv. 'Daar hebben we meer tijd voor nodig - meer dan een dag, een maand, en misschien wel meer dan een jaar.'
De Tsjetsjeense strijders moeten toegeven dat ze niet zijn opgewassen tegen de Russische overmacht van honderdduizend man en tegen de enorme vuurkracht van hun artillerie en luchtmacht. 'In Grozny smeekten we Allah in onze gebeden dat de Russische soldaten zouden aanvallen', vertelt Said, een strijder die tot de oorlog als leraar Russisch werkte. 'Maar het enige dat ze deden was bombarderen, anderhalve maand lang. Pas toen alles plat was, durfden ze in de aanval te gaan.'
De verliezen van de Tsjetsjenen zijn enorm. Van de 42 strijders in Saids eenheid zijn er 14 gedood - bijna allemaal door rondvliegende bomscherven - en raakten er nog eens 21 gewond. De oorlog is hem aan te zien. Door het gebrek aan eten en de lange marsen is hij bijna tien kilo afgevallen. Soms at hij in twee, drie dagen niets anders dan een vuistvol graankorrels.
Saids pezige lichaam was zo verzwakt dat hij in de sneeuw op de berghellingen een dubbele longontsteking opliep. 'We hadden meer mensen die moesten worden gedragen dan er konden lopen', moet hij bekennen.
Ondanks de benarde situatie zijn de strijders allesbehalve eensgezind. De nationalisten zijn boos op Sjamil Basajev en zijn moslimstrijders, die in februari besloten Grozny op te geven. De tocht door de Russische linies en de mijnenvelden rond de stad liep uit op een slachtpartij; onder de strijders wordt gefluisterd over verraad. Toen ze zich een weg naar de bergen hadden gevochten, weigerden de moslimstrijders het voedsel dat ze daar in grotten hadden opgeslagen, met de uitgehongerde mannen van andere milities te delen.
De strijders zijn aangewezen op de hulp van de bevolking: voor eten, voor onderdak en voor bemiddeling als ze van de Russische soldaten wapens, munitie of een vrije doortocht willen kopen.
Rendt Gorter, een hulpverlener van Artsen zonder Grenzen die in de vorige oorlog ook in Tsjetsjenië werkte, heeft de indruk dat de bevolking dit keer niet erg enthousiast is over de guerrillastrijd. 'De meerderheid denkt alleen maar aan overleven', zegt hij. Veel dorpen laten de strijders liever niet toe, of hoogstens voor een paar uur, want het zou niet de eerste keer zijn dat de Russen het vuur openen en zo'n dorpje met de grond gelijk maken.
Hoe ongelijk de strijd ook mag zijn, geen van de strijders denkt aan opgeven. 'Geen seconde!' zegt Roeslan, en lacht zijn vergulde tanden bloot. Als je hem wilt geloven, staan de Tsjetsjeense jongens van zeventien, achttien, in de kampen in Ingoesjetië te popelen om de grens over te steken. De een is het uitzichtloze bestaan als vluchteling moe; de ander heeft zijn familie verloren in de oorlog en zint op wraak.
'Dat wij uitgeput zijn, is onzin', zegt Said. 'Toen ik de wapens oppakte, besefte ik dat de Russen dit keer alles tegen ons zouden gebruiken. Ja, deze oorlog is erger dan de vorige; ja, er vallen meer doden. Maar ik weet: als ik sneuvel, neemt mijn jongere broer mijn plaats in - en dat geldt voor ons allemaal.'
|