|
2001
- 22 april: Dertien bewapende personen dringen het luxehotel Bosporus in Istanbul
binnen en gijzelen ongeveer 120 gasten en personeelsleden. Na 12 uren worden
alle gijzelaars vrijgelaten en de daders gearresteerd.
Met de gijzeling in een Turks hotel in de nacht van zondag op maandag protesteerde
een pro-Tsjetsjeense groep tegen de Russische inval in Tsjetsjenië. Turkije,
dat door Rusland beschuldigd wordt van Tsjetsjeense sympathieën, kreeg
al verscheidene malen met zulke acties te maken.
Dertien pro-Tsjetsjeense gijzelnemers
hebben maandag een hotel in de Turkse stad Istanbul bezet en de gasten urenlang
gegijzeld. In de loop van de ochtend gaven de gijzelnemers zich over en lieten
alle gasten weer vrij. Er zou niemand gewond zijn geraakt. Volgens de politiecommandant
in Istanbul zijn 120 gijzelaars in goede gezondheid vrijgelaten. De rest van
de gasten was al eerder vrijgelaten of ontsnapt.
De gewapende mannen, Tsjetsjenen of Tsjetsjenen van Turkse afkomst, bestormden
in de nacht van zondag op maandag al schietend het vijfsterrenhotel Bosporus.
Meteen na de bezetting lieten ze drie Turkse vrouwen en een kind vrij. In een
verklaring zeiden ze bloedvergieten te willen voorkomen en beloofden ze alle
Turkse gijzelaars vrij te laten.
Op het moment van de bestorming verbleven ongeveer zeshonderd mensen in het
hotel. Het is niet duidelijk hoeveel buitenlanders daarbij waren. Japan meldde
dat er mogelijk tien Japanners logeerden en Moskou zei dat er vier Russen verbleven.
Ook zouden er Oostenrijkse zakenlieden, twee Britten en een vliegtuigbemanning
van SwissAir zijn gegijzeld.
- 15 maart: Tsjetsjeense rebellen kapen een Russische Toepolev met meer dan
170 inzittenden. Het toestel landt in Medina in Saoedi-Arabië. De kapers
willen terugtrekking van de Russische troepen uit Tsjetsjenië. De volgende
dag bestormt een Saoedische commando-eenheid het toestel. Drie mensen worden
gedood.
2000
- 3 januari: Uit solidariteit met de Tsjetsjenen bestookt een Palestijn de
Russische ambassade in Beiroet (Libanon) met granaten. Bij het ingrijpen van
de politie komen de dader en een politieagent om.
1996
- 8 maart: Om het moorden op ,,zijn Tsjetsjeense geloofsbroeders'' aan te klagen,
kaapt een jonge Turk een Noord-Cypriotisch vliegtuig. In plaats van naar Istanbul
dirigeert hij de Boeing met 108 mensen naar München, waar hij zich na 11
uur overgeeft.
- 16 januari: Een pro-Tsjetsjeens commando gijzelt in de Oost-Turkse havenstad
Trabzon aan de Zwarte Zee het schip Ävrasya met 221 passagiers en bemanningsleden
aan boord. Na 72 uren geven de gijzelnemers zich over bij het West-Turkse Eregli.
Ze hadden zonder succes gedreigd met het opblazen van het Turkse schip, als
Moskou geen vrije doorgang zou geven aan een groep guerillastrijders in Dagestan.
1991
- 9 november: Uit protest tegen de toestand in hun land kapen acht Tsjetsjenen
een toestel van de Russische luchtvaartmaatschappij Aeroflot met 178 mensen
aan boord. Ze dwingen die naar de Turkse hoofdstad Ankara te vliegen. Ze verklaren
zich uiteindelijk bereid terug te keren naar Grozny en geven zich daar over
/ANP/
|